ECLI:NL:CBB:2026:186
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing ontheffing zondagopenstelling supermarkt wegens ontbreken kwantitatieve beperking
De supermarkt heeft bij het college van burgemeester en wethouders van Ede verzocht om ontheffing van het verbod om op zondag een winkel geopend te hebben buiten de bestaande vrijstellingstijden. Dit verzoek werd afgewezen omdat de Verordening winkeltijden Ede 2020 geen grondslag biedt voor een dergelijke ontheffing. De supermarkt stelde dat het verbod een kwantitatieve beperking vormt in de zin van artikel 15 van Pro de Dienstenrichtlijn en dat het onderscheid binnen de detailhandel en ten opzichte van andere branches onrechtmatig en willekeurig is.
Het college van b en w voerde aan dat het verbod geen kwantitatieve beperking is omdat het niet het aantal ondernemers beperkt en dat er geen grensoverschrijdend element is dat toetsing aan de Dienstenrichtlijn vereist. Het College van Beroep voor het bedrijfsleven oordeelt dat het wettelijk verbod op zondagopenstelling niet kwalificeert als een kwantitatieve beperking, omdat het niet gebaseerd is op bevolkingsomvang of geografische afstand en het aantal ondernemers niet beperkt wordt.
Daarmee is toetsing aan artikel 15, derde lid, en artikel 16 van Pro de Dienstenrichtlijn niet aan de orde. Het beroep van de supermarkt is ongegrond verklaard. Het College benadrukt dat de gemeenteraad en het college van b en w binnen hun beoordelingsruimte de winkeltijden mogen reguleren en dat de Verordening winkeltijden Ede 2020 coherent en systematisch is opgesteld. Er is geen sprake van willekeur of disproportionaliteit in de afwijzing van de ontheffing.
Uitkomst: Het beroep van de supermarkt tegen de afwijzing van de ontheffing voor zondagopenstelling is ongegrond verklaard.