Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
uitspraak van de meervoudige kamer van 17 maart 2026 op het hoger beroep van:
[naam 1] B.V., te [plaats 2] ( [naam 1] )(gemachtigde: mr. A.C.M. Brom)
de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
de Staat der Nederlanden (de minister van Justitie en Veiligheid)
Procesverloop in hoger beroep
Grondslag van het geschil
6 maart 2015 (boetebesluit 201404439)aan [naam 1] een boete opgelegd van € 2.500,-, omdat de exploitant er niet op toezag dat dierlijke bijproducten of afgeleide producten tijdens het vervoer vergezeld gingen van een handelsdocument conform het voorgeschreven model.
(EG) nr. 1069/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten en afgeleide producten (Verordening 1069/2009).
de categorie dierlijke bijproductenaangaf en met de volgende afgedrukte woorden
Ik weet dat ik niet met lekkend materiaal mag rijden."
.Op het moment van de overtreding waren nog geen vijf jaren verstreken sinds een eerder aan [naam 1] opgelegde boete voor soortgelijke overtreding onherroepelijk is geworden, en om die reden is de boete verhoogd naar € 5.000,-.
Vervoersdocument
Dierlijke
Meststofffen, hierna te
Vervoersdocument
Dierlijke
Meststofffen, [nummer 6]
Ik heb kippenmest geladen en ben onderweg naar [plaats 8]".
.Op het moment van de overtreding waren nog geen vijf jaren verstreken sinds een eerder aan [naam 1] opgelegde boete voor eenzelfde overtreding onherroepelijk is geworden, en om die reden is de boete verhoogd naar € 7.500,-.
Uitspraak van de rechtbank
Hoorplicht
.”
Beoordeling van het geschil in hoger beroep
.
15 september 2014 in hoger beroep niet heeft betwist. Gelet hierop gaat het College hierna uit van de juistheid van deze waarnemingen.
(artikel 17, eerste lid, aanhef en onder a, en punt 2, aanhef en onder a, in Hoofdstuk II van Bijlage VIII bij Verordening 142/2011).
.
21 mei 2021 is het College van oordeel dat geen sprake is van gelijke gevallen. In het geval van [naam 1] was - anders dan in de situatie die leidde tot de boetebeschikking van 21 mei 2021 - niet alleen sprake van een overtreding, omdat er geen categorie 2-aanduiding aanwezig was, maar ook omdat de container met kippenmest niet was afgedekt.
24 december 2015 (boetezaak 201505745) eerder is beboet voor eenzelfde overtreding en er nog geen vijf jaren zijn verlopen sinds die eerdere boete onherroepelijk is geworden,mocht de boete in boetezaak 201703355 op grond van artikel 2.5, eerste lid, van het Besluit handhaving worden verhoogd.
Beslissing
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- veroordeelt de Staat tot betaling aan [naam 1] van een schadevergoeding van € 1.500,-;
- veroordeelt de Staat in de proceskosten van [naam 1] tot een bedrag van € 467,-.
Bijlage
[…]