ECLI:NL:CBB:2025:9
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond wegens te late aanmelding voor GLB-steun 2023
Deze zaak betreft een landbouwer die zich in het eerste aanvraagjaar 2023 te laat aanmeldde voor steun op grond van de Uitvoeringsregeling GLB 2023. De minister wees de aanvraag af omdat de aanmelding pas op 21 juli 2023 binnenkwam, terwijl de uiterste aanmelddatum 15 juni 2023 was. De landbouwer voerde aan dat technische problemen en communicatie van de minister tot verwarring leidden en dat de hardheidsclausule had moeten worden toegepast.
Het College oordeelde dat de minister voldoende had gemotiveerd dat het stellen van een uiterste aanmelddatum legitieme doelen dient, zoals het waarborgen van tijdige controles en het vaststellen van tarieven. De landbouwer had ruimschoots de mogelijkheid gehad om tijdig aan te melden en de te late indiening was mede te wijten aan drukte bij zijn adviseur, wat voor zijn rekening en risico kwam.
Het beroep op de hardheidsclausule, het vertrouwensbeginsel en het evenredigheidsbeginsel faalden omdat er geen bijzondere omstandigheden waren die een afwijking rechtvaardigden. De minister had bovendien al coulance verleend door de aanmeldtermijn eenmalig te verlengen tot 15 juni 2023. Het College concludeerde dat de belangen van de minister zwaarder wegen dan het financiële belang van de landbouwer.
De klacht over onvoldoende zorgvuldigheid van het besluit werd eveneens verworpen. Het beroep werd ongegrond verklaard en de minister hoefde geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep van de landbouwer wordt ongegrond verklaard wegens te late aanmelding voor GLB-steun 2023.