Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
uitspraak van de meervoudige kamer van 25 november 2025 op het verzoek van
[naam] , te [woonplaats] , verzoeker
Procesverloop
Overwegingen
De uitspraak van 11 februari 2025
17 april 2014, het analyserapport van 23 mei 2014 en de op 3 juli 2014 aan hem toegezonden rapporten in samenhang bezien niet voldoende waren voor het kunnen laten uitvoeren van een contra-analyse binnen een termijn van vijf maanden na het besluit tot plaatsing onder officieel toezicht. Verzoeker heeft evenmin onderbouwd waarom daarvoor ook inzicht in de laboratorium-journaals en de Standard Operating Procedure (SOP) nodig was. Niet valt in te zien waarom zonder die gegevens niet beslist kan worden tot het laten uitvoeren van een contra-expertise.
11 februari 2025 naar de eerdere uitspraak van 19 januari 2017 (ECLI:NL:CBB:2017:4) kan hier volgens verzoeker niet toe dienen omdat in die procedure niet was betoogd dat de genoemde bepalingen uit Richtlijn 96/23/EG niet (juist) zijn geïmplementeerd. Die verwijzing door het College betreft dan ook een misslag.
11 februari 2025 over het laten uitvoeren van een contra-analyse is gebaseerd op een onjuiste rechtsopvatting levert ook dat geen grond op voor herziening. Zoals het College in zijn uitspraak van onder meer 3 december 2024 (ECLI:NL:CBB:2024:875) heeft overwogen kan een vermeende onjuiste rechtsopvatting niet dienen als grond voor herziening.
Beslissing
mr. W.J.A.M. van Brussel, in aanwezigheid van mr. W.I.K. Baart, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 25 november 2025.