Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
uitspraak van de meervoudige kamer van 19 januari 2017 in de zaak tussen
de vennootschap onder firma [naam 1] , te [plaats 1] , appellante sub 1,
de staatssecretaris van Economische Zaken, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
- de 23 runderen, waarbij de stof AOZ is aangetoond worden uit de handel genomen en vernietigd;
- alle kalveren op het bedrijf worden uit de handel genomen en vernietigd. Deze maatregel voert verweerder uit, tenzij appellante sub 1 ervoor kiest om van al deze runderen vlees- en orgaanmonsters te laten onderzoeken op de aanwezigheid van AOZ. Appellante sub 1 dient zich door middel van een bankgarantie, afgegeven voor 17 augustus 2014, garant te stellen voor de kosten die voortvloeien uit het onderzoek op deze runderen. Het bedrag van de bankgarantie bepaalt verweerder op € 183.000,-.
- na de definitieve vaststelling van de aanwezigheid van Furazolidon in de urine van de 16 runderen, worden deze dieren uit de handel genomen en vernietigd;
- verweerder heeft voorts meegedeeld dat een aantal op het bedrijf aanwezige runderen nader zal worden bemonsterd door middel van een steekproef.
- de 43 runderen, waarbij de stof AOZ is aangetoond worden uit de handel genomen en vernietigd;
- de overige 1990 op het bedrijf aanwezige kalveren worden uit de handel genomen en vernietigd. Vorenstaande maatregel voert verweerder uit, tenzij appellante sub 2 ervoor kiest om van al deze runderen vlees- en orgaanmonsters te laten onderzoeken op de aanwezigheid van AOZ. Appellante sub 2 dient zich door middel van een bankgarantie, afgegeven voor 7 augustus 2014, garant te stellen voor de kosten die voortvloeien uit het onderzoek op deze runderen. Het bedrag van de bankgarantie bepaalt verweerder op € 1.250.000,-.
- het bemonsteren op urine van een nader aantal te bepalen runderen uit het koppel dat is aangevoerd op 24 juli 2014;
- de 46 runderen, waarbij de stof AOZ is aangetoond, worden uit de handel genomen en vernietigd;
- de overige 1584 kalveren die op 29 juli 2014 aanwezig waren op het bedrijf worden uit de handel genomen en vernietigd. Vorenstaande maatregel voert verweerder uit, tenzij appellante sub 3 ervoor kiest om van al deze runderen vlees- en orgaanmonsters te laten onderzoeken op de aanwezigheid van AOZ. Appellante sub 3 dient zich door middel van een bankgarantie, afgegeven voor 7 augustus 2014, garant te stellen voor de kosten die voortvloeien uit het onderzoek op deze runderen. Het bedrag van de bankgarantie bepaalt verweerder op € 1.000.000,-.
Appellanten betogen dat in de bestreden besluiten in het algemeen onvoldoende wordt ingegaan op de bezwaargronden en dat deze derhalve zijn genomen in strijd met de artikelen 3:2 en 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
(…)”
BijlageFarmacologisch werkzame stoffen en de indeling daarvan op basis van maximumwaarden voor residuen (MRL’s)
(…)
Definities
1.18 Minimaal vereiste prestatielimiet (MRPL): het minimale gehalte van een analyt in een monster dat is aangetoond en bevestigd moet worden. Dit is bedoeld om de analytische prestaties van stoffen waarvoor geen toelaatbaar gehalte is vastgesteld, te harmoniseren.
(…)
Toepassingsgebied
(…)”
Actiedrempels
Maatregelen bij geconstateerde aanwezigheid van een verboden of niet-toegelaten stof
(…)”
(…)
Uit het bepaalde in artikel 23, tweede lid, van Richtlijn 96/23/EG volgt naar het oordeel van het College evenmin dat in geval van een ‘illegale behandeling’ van een actieve en bewuste handeling sprake dient te zijn. Deze bepaling behelst geen verplichting voor verweerder om te onderzoeken of de verboden stof is toegediend. De daarin vervatte zinsnede ‘wanneer bevestigd wordt dat er sprake is van illegale behandeling’, heeft alleen betrekking op de monsterneming als bedoeld in artikel 17 van Pro Richtlijn 96/23/EG. In andere taalversies van die bepaling, zoals bijvoorbeeld de Engelse (“After sampling has been carried out in accordance with Article 17, if there is confirmation of a case of illegal treatment,(…)”) en de Duitse taalversies (Bestätigt sich nach einer Probenahme gemäß Artikel 17 der Pro Verdacht einer vorschriftswidrigen Behandlung(…))’, is evenmin een aanknopingspunt te vinden dat zulks door verweerder moet worden onderzocht.