Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
uitspraak van de meervoudige kamer van 11 november 2025 in de zaken tussen
de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
Procesverloop in (hoger) beroep
Grondslag van het geschil
De minister heeft de maatschap een boete opgelegd wegens overschrijding van de gebruiksnormen in de Meststoffenwet (Msw) in het jaar 2020 en haar derogatievergunning ingetrokken voor dat jaar. De maatschap is het hier niet mee eens. In bezwaar en beroep heeft zij aangevoerd dat de minister ten onrechte geen rekening had gehouden met de door haar afgevoerde mest. Het hoger beroep van de maatschap tegen de boete richt zich vooral tegen de hoogte daarvan. De maatschap vindt de boete disproportioneel. Het College volgt haar hierin niet.
Uitspraak van de rechtbank
Beoordeling van het geschil in beroep en in hoger beroep
,gesteld in artikel 24, derde lid, aanhef en onder b, van de Uitvoeringsregeling. Ingeval de melkveehouder die voorwaarden niet naleeft geldt op grond van artikel 27c van de Uitvoeringsregeling de in artikel 9, eerste lid, van de Msw bepaalde gebruiksnorm dierlijke meststoffen. Dat is in deze zaak dus het geval. De minister heeft de boete dus terecht gebaseerd op de gebruiksnorm dierlijke meststoffen van 170 kg stikstof per hectare.
blz. 125 e.v.). De bepaling in het boetebeleid dat de boete met 50% wordt gematigd indien een overtreding van de gebruiksnormen wordt vastgesteld bij de aanvoer van mest omdat dan geen sprake is van het besparen van mestafzetkosten, is niet van toepassing op de maatschap. De maatschap produceerde immers mest. Gelet op artikel 5:46, derde lid, van de Awb wordt van het bij wettelijk voorschrift vastgestelde boetebedrag slechts afgeweken indien de overtreder aannemelijk maakt dat de vastgestelde boete wegens bijzondere omstandigheden te hoog is. Van dergelijke bijzondere omstandigheden is het College niet gebleken. Zoals de rechtbank heeft vastgesteld, heeft de maatschap niet onderbouwd dat zij onvoldoende draagkracht had om de boete te betalen. Er is een betalingsregeling getroffen en de boete is inmiddels betaald.
Beslissing
- vernietigt de aangevallen uitspraak van de rechtbank, voor zover het de hoogte van de boete betreft en voor zover de rechtbank de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand heeft gelaten;
- herroept het boetebesluit voor zover het de hoogte van de boete betreft en stelt het bedrag van de boete vast op € [bedrag 5] ;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde gedeelte van het bestreden besluit;
- bevestigt de aangevallen uitspraak voor het overige;
- bepaalt dat de griffier van het College aan de maatschap het in hoger beroep betaalde griffierecht van € 548,- terugbetaalt.
Bijlage
1. De gebruiksnorm voor dierlijke meststoffen, bedoeld in artikel 8, onderdeel a, van de wet, is 250 kilogram stikstof per hectare van de tot het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond die voor het op of in de bodem brengen van dierlijke meststoffen beschikbaar is.
Indien niet wordt voldaan aan elk van de voorwaarden, bedoeld in de artikelen 25, 25c, 27 en 27a, is de gebruiksnorm voor dierlijke meststoffen, bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de wet van toepassing.