ECLI:NL:CBB:2024:702
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 op basis van omzetbelastingaangifte
De minister heeft de subsidie voor het vierde kwartaal van 2021 vastgesteld op €101.053,49 en voor het eerste kwartaal van 2022 op €0,-, waarbij de te veel betaalde voorschotten zijn teruggevorderd. De onderneming betwistte de berekening van het omzetverlies op basis van de omzetbelastingaangiften en stelde dat haar eigen administratie, waarin vooruitbetalingen voor een evenement pas als omzet worden verantwoord bij daadwerkelijke levering, leidend moet zijn.
Het College overwoog dat de minister terecht is uitgegaan van de omzet die uit de aangiftes omzetbelasting blijkt, omdat dit een bewuste keuze van de regelgever is om de uitvoerbaarheid en administratieve lasten van de TVL te beperken. De onderneming heeft niet bestreden dat het factuurstelsel van toepassing is, waarbij de factuurdatum bepaalt in welk tijdvak omzetbelasting wordt afgedragen.
Het College achtte het niet passend binnen de systematiek van de TVL om rekening te houden met vooruitbetalingen en vond geen bijzondere omstandigheden die een uitzondering rechtvaardigen. Daarom zijn de beroepen ongegrond verklaard en is de vaststelling van de subsidie en terugvordering bevestigd.
Uitkomst: De beroepen van de onderneming tegen de vaststelling van de TVL-subsidie en terugvordering van voorschotten worden ongegrond verklaard.