ECLI:NL:CBB:2024:638
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Geen S&O-verklaring voor kosten boorprocestechniek zoutwinning wegens onvoldoende toerekenbaarheid
Frisia Zout B.V. heeft beroep ingesteld tegen besluiten van de minister van Economische Zaken die S&O-verklaringen deels hebben afgewezen voor projecten gericht op de ontwikkeling van een boorprocestechniek voor zoutwinning in de Waddenzee.
De minister oordeelde dat de kosten en uitgaven niet uitsluitend dienstbaar en direct toerekenbaar zijn aan speur- en ontwikkelingswerk (S&O), omdat deze ook bijdragen aan de realisatie van een productie-installatie voor zoutwinning. Frisia Zout B.V. betoogde dat de kosten slechts aan S&O toerekenbaar zijn, dat de minister onjuiste feiten en een onredelijke maatstaf hanteerde en dat de besluiten onzorgvuldig en onvoldoende gemotiveerd zijn.
Het College concludeert dat de minister terecht heeft geoordeeld dat de kosten mede gericht zijn op het commerciële productieproces en daarom niet volledig voor S&O in aanmerking komen. De minister heeft geen onjuiste feiten vastgesteld en de gehanteerde maatstaf is in overeenstemming met de Wva. Ook is de motivering voldoende en is de toegekende proceskostenvergoeding passend.
De beroepen worden ongegrond verklaard en de bestreden besluiten blijven in stand.
Uitkomst: De beroepen van Frisia Zout B.V. worden ongegrond verklaard en de afwijzing van kosten voor S&O-verklaringen bevestigd.