Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
[curator] , in zijn hoedanigheid als curator in het faillissement van [zalmroker] B.V., (curator) (gemachtigden: mr. M. van Tuijl en mr. A. Danopoulos),
[zalmroker] B.V.
en
de staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport, (de staatssecretaris)
Procesverloop in hoger beroep
Grondslag van het geschil
[zalmroker] uitgevoerd. Tijdens een inspectie op 11 september 2015 heeft de NVWA geconstateerd dat [zalmroker] onvoldoende heeft aangetoond dat de onderzochte koud gerookte zalm gedurende de gehele houdbaarheidstermijn onder de grens van Listeria monocytogenes (Lm) van 100 kolonievormende eenheden per gram (kve/g) zal blijven.
Uitspraken van de rechtbank
Beoordeling van het geschil in hoger beroep
Het toepasselijke wettelijke kader is opgenomen in een bijlage bij deze uitspraak.
Beoordeling door het College
alternatiefmaar in
aanvullinggeldt op de eis van minder dan 100 kve/g gedurende de gehele houdbaarheidstermijn. Ter zitting is door de staatssecretaris toegelicht dat het incidentele hoger beroep met name gericht is om zeker te stellen dat de studieverplichting niet is komen te vervallen als de tweede grenswaarde van toepassing is.
In artikel 2 van Pro Verordening 2073/2005 staan, voor zover hier van belang, de volgende definities.
Onder ‘partij’ moet worden verstaan een groep of reeks identificeerbare producten die onder nagenoeg identieke omstandigheden via een bepaald proces zijn verkregen en binnen een bepaalde productieperiode op een bepaalde plaats zijn geproduceerd.
Een ‘monster’ is een geheel bestaande uit een of meer eenheden of een hoeveelheid materie, die op verschillende wijzen uit een populatie of een grotere hoeveelheid materie geselecteerd zijn/is, bedoeld om informatie te verschaffen over een bepaalde eigenschap van de bestudeerde populatie of materie en een basis te vormen voor een besluit betreffende die populatie of materie dan wel het proces waarmee die is geproduceerd.
Een ‘representatief monster’ is een monster dat nog de kenmerken heeft van de partij waaruit het is genomen. Dit is met name het geval voor een eenvoudig aselect monster waarin elke eenheid of greep van de partij dezelfde kans heeft om in het monster terecht te komen.
Beslissing
- bevestigt de uitspraak van 11 november 2021;
- vernietigt de uitspraak van 15 april 2021, voor zover het gaat over de overtreding I;
- bevestigt de uitspraak van 15 april 2021 voor het overige;
- herroept het boetebesluit voor zover het betrekking heeft op overtreding I en stelt de boete vast op € 1.050,-;
- bepaalt dat deze uitspraak in zoverre in plaats treedt van het bestreden besluit;
- bepaalt dat van de staatssecretaris een griffierecht van € 548,- wordt geheven;
- draagt de staatssecretaris op het betaalde griffierecht van € 874,- aan de curator te vergoeden;
- veroordeelt de staatssecretaris in de proceskosten van [zalmroker] /de curator tot een totaal bedrag van € 4.972,- (€ 875,- + € 4.097,-).
Bijlage
(…)