ECLI:NL:CBB:2023:641
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing subsidie TVL Q1 2021 wegens onvoldoende omzetverlies en geen starter
De ondernemer exploiteert sinds 2006 een eenmanszaak met een eerste winkel en opende in september 2019 een tweede winkel onder hetzelfde KvK-nummer vlak voor de corona-uitbraak. De minister stelde de subsidie voor het eerste kwartaal van 2021 op nihil vanwege onvoldoende omzetverlies (minder dan 30%).
De ondernemer voerde aan dat de regeling onevenredig uitpakt omdat zij voor twee winkels vaste lasten had, maar slechts één referentieomzet kon gebruiken. Zij verzocht om maatwerk en een andere referentieperiode. De minister stelde dat de tweede winkel geen startende onderneming is en dat de standaard referentieperiode van Q1 2019 geldt. Ook wees de minister het beroep op het vertrouwensbeginsel af.
Het College bevestigde dat de minister terecht geen uitzondering maakte, omdat de tweede winkel een uitbreiding van bestaande activiteiten betreft en het omzetverlies slechts 12,7% bedroeg. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat geen concrete toezeggingen waren gedaan. De financiële situatie van de ondernemer rechtvaardigde geen afwijking van de regeling. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van de ondernemer tegen de afwijzing van de TVL-subsidie voor Q1 2021 wordt ongegrond verklaard vanwege onvoldoende omzetverlies en het niet kwalificeren van de tweede winkel als startende onderneming.