ECLI:NL:CBB:2022:687
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen toekenning fosfaatrechten voor mannelijke jongvee wegens ontbreken toezegging en rechtsregels
Appellante exploiteert een melkveebedrijf en voerde beroep aan tegen het besluit van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit waarbij het bezwaar tegen de vaststelling van haar fosfaatrecht ongegrond werd verklaard. Zij stelde dat tijdens een zitting toezeggingen waren gedaan dat ook voor 187 stuks mannelijke jongvee fosfaatrechten zouden worden toegekend. Volgens appellante mocht zij op deze toezegging vertrouwen en was het niet relevant dat de wet- en regelgeving dit niet toestond.
Het College onderzocht de juridische kwalificatie van de uitlatingen, de toerekenbaarheid aan het bevoegde bestuursorgaan en de betekenis van het gewekte vertrouwen. Uit het proces-verbaal bleek dat slechts was toegezegd dat een nieuw besluit zou volgen waarin de bedrijfsoverdracht en het mannelijke jongvee zouden worden beoordeeld, niet dat zonder meer fosfaatrechten voor het mannelijke jongvee zouden worden toegekend.
Het College oordeelde dat appellante niet zonder meer mocht vertrouwen op een toezegging die buiten de bevoegdheid van het bestuursorgaan lag of in strijd was met de toepasselijke rechtsregels. De mannelijke jongvee waren bestemd voor de vleesveehouderij en vielen niet onder het begrip melkvee zoals bedoeld in de Meststoffenwet. Daarom kon geen fosfaatrecht worden toegekend.
De schadevergoeding werd afgewezen omdat er geen sprake was van een schending van het vertrouwensbeginsel. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en er worden geen fosfaatrechten toegekend voor het mannelijke jongvee.