ECLI:NL:CBB:2021:900
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond wegens ontbreken noodzakelijke vergunningen en geen individuele buitensporige last fosfaatrechtenstelsel
Appellant exploiteert een jongvee opfokbedrijf en wilde uitbreiden van 49 naar 165 stuks jongvee. Verweerder stelde het fosfaatrecht vast op basis van de dieraantallen op 2 juli 2015, de peildatum. Appellant voerde aan dat het fosfaatrechtenstelsel het recht op eigendom aantast en dat hem een individuele en buitensporige last wordt opgelegd, mede door investeringen en fluctuaties in dierenaantallen. Tevens stelde appellant dat hij beschikte over de benodigde vergunningen voor uitbreiding.
Het College overweegt dat het fosfaatrechtenstelsel op regelingsniveau verenigbaar is met artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het EVRM. Appellant heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat sprake is van een individuele en buitensporige last. De investeringsbeslissingen zijn ondernemersrisico's en appellant beschikte niet over de noodzakelijke vergunningen op de peildatum. De vermeende fluctuaties in dierenaantallen zijn niet zodanig dat dit leidt tot een buitensporige last.
Het College constateert dat de redelijke termijn voor behandeling van bezwaar en beroep is overschreden en veroordeelt verweerder tot betaling van een schadevergoeding van €1.500,- en proceskosten van €374,-. Het beroep wordt ongegrond verklaard en vergoeding van kosten voor een deskundige wordt afgewezen.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en verweerder wordt veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding van €1.500,- wegens overschrijding van de redelijke termijn.