Uitspraak
1.Inleiding
2.Bevindingen over Pw- en P-AL-waarden
3.Beantwoording vragen
a) kan een P-AL-waarde, gemeten in het jaar 2016, iets zeggen over wat de P-AL- waarde van een perceel in het jaar 2015 is geweest?
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Appellante betwist de door verweerder vastgestelde fosfaattoestand en de daarop gebaseerde korting op haar fosfaatrecht voor twee percelen landbouwgrond. Het geschil richt zich op de juiste classificatie van perceel 1 en perceel 12 in 2015, waarbij appellante stelt dat perceel 1 in de categorie neutraal viel en perceel 12 fosfaatarm was.
Het College heeft een deskundigenrapport van de Stichting Advisering Bestuursrechtspraak voor Milieu en Ruimtelijke Ordening (StAB) ingewonnen, waarin wordt geconcludeerd dat het aannemelijk is dat de PAL-waarde van perceel 1 in 2015 tussen 27 en 50 lag, wat overeenkomt met de categorie neutraal. Voor perceel 12 is vastgesteld dat de gebruikte bemonsteringsmethode niet voldeed aan wettelijke eisen, waardoor de fosfaattoestand niet als fosfaatarm kan worden aangemerkt, maar wel als bouwland laag.
Het College oordeelt dat het beroep gegrond is, vernietigt het bestreden besluit, herroept het primaire besluit en stelt het fosfaatrecht van appellante vast op 2.603 kg. Tevens wordt vastgesteld dat de redelijke termijn voor de behandeling van bezwaar en beroep is overschreden, waardoor verweerder en de Staat worden veroordeeld tot betaling van een immateriële schadevergoeding aan appellante. Daarnaast worden de proceskosten aan appellante toegewezen.
Uitkomst: Het College stelt het fosfaatrecht van appellante vast op 2.603 kg en veroordeelt verweerder en de Staat tot betaling van immateriële schadevergoeding en proceskosten.