ECLI:NL:CBB:2021:669
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen vaststelling fosfaatrechten en afwijzing knelgevallen- en startersregeling
Appellante, een vennootschap die een melkveebedrijf exploiteert, stelde beroep in tegen het besluit van de minister van Landbouw waarbij haar fosfaatrechten werden vastgesteld op nul kilogram. Zij voerde aan dat bijzondere omstandigheden zoals ziekte van een vennoot en het faillissement van een aannemer de peildatum ongunstig maakten, en dat zij aanspraak maakte op de knelgevallen- en startersregeling. Tevens stelde zij dat het fosfaatrechtenstelsel haar eigendomsrecht schond.
Het College oordeelde dat appellante niet voldeed aan de voorwaarden van de knelgevallenregeling, omdat zij op de peildatum en een eerdere datum geen dieren hield en het faillissement niet was aangetoond noch een geldige grond vormde. Ook bood de wet geen ruimte om fosfaatrechten op een andere datum vast te stellen. De startersregeling werd strikt uitgelegd en geldt alleen voor nieuw gestarte bedrijven; appellante exploiteerde geen nieuw bedrijf maar een voortzetting met bestaande vergunningen.
Voorts faalde het beroep op strijdigheid met artikel 1 van Pro het Eerste Protocol, omdat het fosfaatrechtenstelsel op regelingsniveau verenigbaar is met het eigendomsrecht. Het College concludeerde dat het financiële nadeel voor appellante voortkomt uit ondernemersrisico's verbonden aan haar investeringsbeslissingen en dat er geen sprake is van een individuele en buitensporige last. De belangen van milieu en volksgezondheid wegen zwaarder dan de belangen van appellante.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het bestreden besluit gehandhaafd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen het besluit tot vaststelling van fosfaatrechten wordt ongegrond verklaard.