ECLI:NL:CBB:2021:413
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Schadevergoedingsuitspraak
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing fosfaatrechten en afwijzing startersregeling
Appellante, een melkveehouder die haar bedrijf had verplaatst en uitgebreid, stelde zich op het standpunt dat zij recht had op toepassing van de startersregeling en dat het fosfaatrechtenstelsel haar eigendomsrecht schond. Het College oordeelde dat appellante niet voldeed aan de cumulatieve voorwaarden van de startersregeling, omdat zij niet tussen 1 januari 2014 en 2 juli 2015 was gestart met melkproductie op de nieuwe locatie.
Voorts werd geoordeeld dat het fosfaatrechtenstelsel niet in strijd is met artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het EVRM en dat de last voor appellante niet individueel en buitensporig is. De investeringsbeslissingen van appellante werden als ondernemersrisico's beoordeeld, mede gezien de afschaffing van het melkquotum en de toen al te verwachten productiebeperkende maatregelen.
Daarnaast werd vastgesteld dat de redelijke termijn voor de behandeling van bezwaar en beroep was overschreden, waardoor appellante recht had op een immateriële schadevergoeding van €1.500,-, waarvan een deel voor rekening van verweerder en een deel voor rekening van de Staat kwam. Het beroep werd ongegrond verklaard en de proceskosten werden verdeeld tussen verweerder en de Staat.
Uitkomst: Het beroep is ongegrond verklaard en appellante ontvangt een beperkte schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.