ECLI:NL:CBB:2021:369
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op knelgevallenregeling fosfaatrechten melkveehouderij
Appellante exploiteert een melkveehouderij en heeft in de periode 2013-2015 geïnvesteerd in de uitbreiding van haar bedrijf, waaronder de bouw van een nieuwe stal. Verweerder stelde het fosfaatrecht vast op basis van het aantal melkvee op 2 juli 2015. Appellante voerde aan dat zij vanwege ziekte van een vennoot en bouwvertragingen een individuele en buitensporige last ondervindt en dat de knelgevallenregeling van toepassing is.
Het College overwoog dat de knelgevallenregeling geen toepassing vindt omdat appellante op de peildatum meer melkvee hield dan tijdens de buitengewone omstandigheden. Daarnaast is het fosfaatrechtenstelsel niet in strijd met het eigendomsrecht volgens artikel 1 EP Pro. Het College benadrukte dat ondernemersbeslissingen inherent risico’s met zich meebrengen en dat appellante de gevolgen van haar investeringsbeslissingen zelf moet dragen.
Hoewel het deskundigenrapport wijst op een stevige financiële impact, is dit onvoldoende om te spreken van een individuele en buitensporige last. Het College achtte de investeringsbeslissingen niet navolgbaar gezien de tijdstippen en de bekendheid met de afschaffing van het melkquotum en de daaraan verbonden maatregelen. Het milieubelang en de naleving van de Nitraatrichtlijn wegen zwaarder dan de belangen van appellante. Het beroep is ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van appellante op de knelgevallenregeling wordt afgewezen en het bestreden besluit gehandhaafd.