ECLI:NL:CBB:2021:290
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling individuele en buitensporige last fosfaatrechtenstelsel bij omschakeling vleesvee naar melkvee
Appellant exploiteert een melkveebedrijf en schakelde medio 2014 om van vleesvee naar melkvee, met investeringen gericht op een veestapel van minimaal 125 melkkoeien. Verweerder stelde het fosfaatrecht vast op 0 kg fosfaat, omdat appellant op de peildatum 2 juli 2015 nog geen melkvee hield. Appellant voerde aan dat het fosfaatrechtenstelsel het recht op eigendom schendt en een individuele en buitensporige last vormt, mede door investeringen en bedrijfsomschakeling op basis van eerdere beleidsverwachtingen.
Het College overwoog dat het fosfaatrechtenstelsel op regelingsniveau verenigbaar is met artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het EVRM en dat het niet aannemelijk is dat appellant een individuele en buitensporige last draagt. De investeringsbeslissingen van appellant waren voorzienbaar en niet navolgbaar gezien de waarschuwingen over productiebeperkende maatregelen. De financiële gevolgen van het stelsel zijn voor rekening van appellant als ondernemer.
Het College weegt de belangen van milieubescherming en naleving van de Nitraatrichtlijn zwaarder dan de belangen van appellant. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het fosfaatrechtenbesluit wordt ongegrond verklaard en het fosfaatrechtenstelsel vormt geen individuele en buitensporige last voor appellant.