ECLI:NL:CBB:2021:139
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen vaststelling fosfaatrecht en afwijzing melding bijzondere omstandigheden
Appellante exploiteert een melkveehouderij en voerde beroep aan tegen het besluit van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit waarin haar melding bijzondere omstandigheden werd afgewezen en het fosfaatrecht werd vastgesteld. Zij stelde dat het fosfaatrechtenstelsel in strijd is met artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het EVRM en dat zij een individuele en buitensporige last draagt vanwege investeringen die zij vóór de peildatum had gedaan.
Het College overwoog dat het fosfaatrechtenstelsel op regelingsniveau verenigbaar is met artikel 1 EP Pro en dat de individuele last van appellante niet als buitensporig kan worden aangemerkt. De investeringen die appellante deed waren vooruitgelopen op de benodigde vergunningen en daarmee niet navolgbaar. Bovendien behoren ondernemersrisico's zoals verkeerde investeringskeuzes tot de verantwoordelijkheid van de ondernemer.
Het College concludeerde dat de belangen van milieubescherming en naleving van de Nitraatrichtlijn zwaarder wegen dan de belangen van appellante. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen het vastgestelde fosfaatrecht en de afwijzing van haar melding wordt ongegrond verklaard.