ECLI:NL:CBB:2021:12
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling fosfaatrecht en knelgevallenregeling onder Meststoffenwet bij uitbreiding melkveehouderij
Appellante, een melkveehouderij, stelde beroep in tegen het besluit van de minister van Landbouw waarin het fosfaatrecht werd vastgesteld op basis van de dieraantallen op 2 juli 2015. Zij voerde aan dat door ziekte en dierziekte zij minder dieren hield dan gepland en dat het fosfaatrechtenstelsel een individuele en buitensporige last op haar legt. Tevens verzocht zij om toekenning van fosfaatrecht voor zeven melkkoeien die kort na de peildatum werden aangeschaft.
Het College oordeelde dat de minister artikel 23, derde en zesde lid, van de Meststoffenwet correct heeft toegepast. De dieraantallen op de peildatum zijn leidend en de knelgevallenregeling is terecht niet toegepast omdat de 5%-drempel niet werd gehaald. Investeringen en uitbreidingsplannen na de peildatum kunnen niet worden meegenomen.
Verder stelde het College vast dat de investeringsbeslissingen van appellante niet navolgbaar waren gezien het tijdstip en het ontbreken van een bedrijfseconomische noodzaak, mede in het licht van de afschaffing van het melkquotum. Het fosfaatrechtenstelsel vormt geen individuele en buitensporige last. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en het fosfaatrecht wordt bevestigd op basis van de dieraantallen op 2 juli 2015.