Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen de herberekening van de uitbetaling van basis- en vergroeningsbetalingen onder het GLB voor 2019, waarbij een randvoorwaardenkorting van 70% was opgelegd. Verweerder heeft het bezwaar ongegrond verklaard en afgezien van het horen van appellant, omdat het besluit over de randvoorwaardenkorting in rechte vaststond.
Het College constateert dat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij bezwaar heeft gemaakt tegen het besluit van 12 mei 2020 waarin de randvoorwaardenkorting is opgelegd. Echter, het is onduidelijk hoe de totale korting van 70% is vastgesteld, aangezien verweerder hierover geen nadere toelichting heeft gegeven.
Voorts heeft verweerder niet gereageerd op de door appellant gestelde betalingsonmacht en heeft hij ten onrechte afgezien van het horen van appellant, waardoor het bestreden besluit niet zorgvuldig is voorbereid. Het beroep is gegrond verklaard en het College vernietigt het bestreden besluit en draagt verweerder op binnen tien weken opnieuw op het bezwaar te beslissen met inachtneming van deze uitspraak.