ECLI:NL:CBB:2021:1055
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Schadevergoedingsuitspraak
- T. Pavićević
- M.C. Stoové
- C.C.W. Lange
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke vernietiging last onder dwangsom wegens onvoldoende concreetheid en toekenning schadevergoeding
Appellante kreeg een last onder dwangsom opgelegd wegens overtreding van artikel 1.7, onder e, van het Besluit houders van dieren, omdat het voer aan runderen ongezond en ongeschikt was. De last was gebaseerd op constateringen in twee hokken, maar werd opgelegd voor alle dieren op het bedrijf, wat het College te algemeen en onvoldoende concreet achtte.
Het College oordeelde dat de overtreding terecht was vastgesteld, omdat het voer bruin verkleurd, stinkend en vermengd was met urine en kippenuitwerpselen, wat ongeschikt is voor dierenvoeding. De last onder dwangsom ging echter verder dan noodzakelijk, waardoor het bestreden besluit en het invorderingsbesluit werden vernietigd.
Daarnaast stelde het College vast dat de redelijke termijn voor bezwaar en beroep was overschreden, waardoor appellante recht had op een schadevergoeding van €500,-, waarvan €100,- voor rekening van verweerder en €400,- voor de Staat. Tevens werden proceskosten aan appellante toegekend, te betalen door verweerder en de Staat.
Uitkomst: Het College vernietigt de last onder dwangsom wegens onvoldoende concreetheid en kent appellante schadevergoeding toe voor overschrijding van de redelijke termijn.