Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 november 2017 in de zaak tussen
[naam 1] , te [plaats] , appellant
de staatssecretaris van Economische Zaken, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
“Stal 1 kapschuur.
geenwater en voer tot zijn beschikking had. Wij zagen dat de ondergrond van hok drie was verontreinigd door nat stro en door mest en urine. Wij zagen dat het paard in hok drie, geen hygiënische, schone en droge ligplaats ter beschikking had. Wij zagen dat op het moment van de controle, overtreder [naam 1] , het paard snel van ruwvoer en water voorzag. Wij zagen dat het ruwvoer op de vuile ondergrond van het hok werd verstrekt.
geenruwvoer ter beschikking hadden. Wij zagen dat op de moment van controle, overtreder [naam 1] , de runderen van ruwvoer voorzag. Wij zagen dat er van de acht aanwezige runderen maar drie tegelijk konden vreten. Het is met een kleine aanpassing, met een schot over de grup, het aantal vreetplaatsen uit te breiden tot zes vreetplaatsen. Echter dan kunnen nog niet alle runderen tegelijk vreten en zullen de kleinere en ranglagere dieren niet voldoende ruwvoer tot hun beschikking hebben of het overblijvende ruwvoer is van slechtere kwaliteit en bekwijld en dus minder smakelijk waardoor deze runderen minder voer opnemen wat de groei en de conditie van deze ranglagere dieren niet ten goede komt.
Beslissing
- verklaart het beroep tegen het bestreden besluit gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit voor zover daarbij zijn gehandhaafd de maatregelen 2, 4, 7 en 8;
- herroept het primaire besluit voor zover daarbij de maatregelen 2, 4, 7 en 8 zijn opgelegd, en bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het bestreden besluit voor zover dat is vernietigd;
- vernietigt het kostenbesluit en bepaalt dat de rechtsgevolgen van het kostenbesluit in stand blijven;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 168,- aan appellant te vergoeden;