ECLI:NL:CBB:2020:860
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen vaststelling fosfaatrecht en toepassing fosfaatrechtenstelsel afgewezen
Appellant exploiteert een melkveehouderij en heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Landbouw tot vaststelling van zijn fosfaatrecht op basis van het fosfaatrechtenstelsel. Hij stelde dat het stelsel in strijd is met de Nitraatrichtlijn en het Eerste Protocol bij het EVRM en dat het stelsel een individuele buitensporige last oplegt.
Het College oordeelt dat het fosfaatrechtenstelsel niet in strijd is met genoemde regelgeving en dat appellant onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hem een individuele en buitensporige last is opgelegd. De investeringen van appellant in de uitbreiding van zijn bedrijf zijn pas eind 2014 gedaan, terwijl het voor hem redelijkerwijs duidelijk had moeten zijn dat productiebeperkende maatregelen zouden volgen na de afschaffing van het melkquotum.
Het College weegt de belangen van milieu- en volksgezondheid en de naleving van de Nitraatrichtlijn zwaarder dan de belangen van appellant. De ondernemerskeuze van appellant wordt niet als navolgbaar beschouwd, waardoor het beroep ongegrond wordt verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het vastgestelde fosfaatrecht wordt ongegrond verklaard.