ECLI:NL:CBB:2020:758
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen vaststelling fosfaatrecht op grond van de Meststoffenwet
Appellant, een melkveehouder, betwistte het door de minister van Landbouw vastgestelde fosfaatrecht op zijn bedrijf, omdat hij meent dat het stelsel van fosfaatrechten onvoldoende grondslag heeft en dat het besluit een individuele en buitensporige last voor hem vormt. Het College overwoog dat het fosfaatrechtenstelsel niet in strijd is met de Nitraatrichtlijn, het recht op eigendom uit het Eerste Protocol bij het EVRM, noch dat sprake is van ongeoorloofde staatssteun.
Het College stelde dat de investeringsbeslissingen van appellant ondernemersrisico's zijn en dat het niet aannemelijk was gemaakt dat het fosfaatrechtenstelsel hem individueel en buitensporig zou belasten. Wel werd vastgesteld dat bij de vaststelling van het fosfaatrecht onjuiste dieraantallen waren gebruikt.
Daarom vernietigde het College het bestreden besluit en herroept het het primaire besluit, waarbij het fosfaatrecht werd vastgesteld op 10.391 kg. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het College vernietigt het bestreden besluit en stelt het fosfaatrecht vast op 10.391 kg fosfaat.