ECLI:NL:CBB:2020:737
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond wegens niet voldoen aan knelgevallenregeling fosfaatrechten Meststoffenwet
Appellant exploiteert een melkveebedrijf en voerde beroep aan tegen het besluit van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit betreffende de vaststelling van het fosfaatrecht op grond van de Meststoffenwet. Appellant stelde dat door dierziekte op de peildatum het aantal dieren lager was dan op de alternatieve peildatum, waardoor de knelgevallenregeling van toepassing zou zijn. Tevens voerde appellant aan dat het fosfaatrechtenstelsel het recht op eigendom aantast en dat sprake was van een individuele en buitensporige last.
Het College oordeelde dat appellant niet voldeed aan de voorwaarde van een minimaal 5% lager fosfaatrecht op de peildatum ten opzichte van de alternatieve peildatum, aangezien de afname slechts 4,9% bedroeg. De knelgevallenregeling biedt geen ruimte voor belangenafweging en verweerder heeft terecht geen rekening gehouden met de net niet behaalde drempel. Verder heeft appellant onvoldoende aannemelijk gemaakt dat sprake is van een individuele en buitensporige last, mede omdat investeringsbeslissingen als ondernemersrisico voor rekening van appellant komen.
Het College bevestigde dat het fosfaatrechtenstelsel op regelingsniveau verenigbaar is met artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het EVRM en dat de belangen van milieu en volksgezondheid zwaarder wegen dan de belangen van appellant. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard omdat niet is voldaan aan de knelgevallenregeling en geen individuele en buitensporige last is aangetoond.