ECLI:NL:CBB:2020:480
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over fosfaatrechten en knelgevallenregeling voor veehandelaar
Appellante, een veehandelaar die levert aan Nederlandse en exportbedrijven, betwist het door verweerder vastgestelde fosfaatrecht. Zij voert aan dat het fosfaatrechtenstelsel een individuele en buitensporige last oplegt en dat haar bedrijfsvoering wordt belemmerd doordat zij haar vee niet adequaat kan categoriseren. Tevens verzoekt zij toepassing van de knelgevallenregeling en een ontheffing op grond van de Meststoffenwet.
Het College stelt vast dat de situatie van appellante niet onder de in de knelgevallenregeling genoemde oorzaken valt, zoals bouwwerkzaamheden of diergezondheidsproblemen. Ook oordeelt het College dat verweerder zijn bevoegdheid tot ontheffing terughoudend toepast en dat de belangenafweging proportioneel is. De bezwaren tegen het fosfaatrechtenstelsel en de vermeende schending van het eigendomsrecht worden verworpen.
Het beroep wordt ongegrond verklaard. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht en proceskosten van appellante. Het College benadrukt dat appellante verantwoordelijk is voor de juiste categorie-indeling van haar vee op basis van de geschiedenis en het verkoopdoel, en dat een latere wijziging van het gebruik geen invloed heeft op deze indeling.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen het vastgestelde fosfaatrecht wordt ongegrond verklaard en verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.