ECLI:NL:CBB:2020:389
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Beoordeling fosfaatrechtenstelsel en individuele last bij bedrijfsuitbreiding melkveebedrijf
Appellante, een melkveebedrijf, wilde haar veestapel uitbreiden van 174 naar uiteindelijk 450 melk- en kalfkoeien met jongvee. Hoewel zij op de peildatum 2 juli 2015 slechts 194 melk- en kalfkoeien hield, had zij al investeringen gedaan voor een grotere stal en een omgevingsvergunning milieu aangevraagd voor 380 melk- en kalfkoeien. Verweerder stelde het fosfaatrecht vast op basis van de feitelijke dierenaantallen op de peildatum en paste een generieke korting toe.
Appellante stelde dat het fosfaatrechtenstelsel haar eigendomsrecht aantast en dat zij een individuele en buitensporige last draagt, omdat zij haar stalcapaciteit niet volledig kan benutten en daardoor financieel wordt geraakt. Het College overwoog dat het stelsel op regelingsniveau verenigbaar is met het recht op eigendom en dat niet elk vermogensverlies een buitensporige last vormt.
Het College benadrukte dat de beslissing van appellante om uit te breiden zonder de vereiste vergunning een ondernemersrisico is en dat zij vooruitliep op het verkrijgen van de vergunning. Gezien de voorziene maatregelen en waarschuwingen voorafgaand aan de afschaffing van het melkquotum had appellante voorzichtigheid moeten betrachten. Het beroep werd ongegrond verklaard, het griffierecht werd aan appellante vergoed en verweerder werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat het fosfaatrechtenstelsel geen individuele en buitensporige last oplegt aan appellante.