ECLI:NL:CBB:2020:178
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- T. Pavićević
- Rechtspraak.nl
Geen kennelijke fout bij uitbetaling GLB-betalingsrechten en toekenning proceskostenveroordeling
In deze gecombineerde zaken gaat het om de uitbetaling van betalingsrechten en vergroeningsbetalingen voor de jaren 2016 en 2017 aan appellante, een landbouwonderneming. Appellante had percelen ingetrokken uit haar gecombineerde opgaven op basis van informatie van verweerder en andere landbouwers, maar stelt dat zij daardoor inkomenssteun heeft misgelopen. Het College beoordeelt of verweerder terecht is uitgegaan van de laatst ingediende opgaven en of sprake is van een kennelijke fout of schending van het vertrouwensbeginsel.
Het College stelt vast dat de latere gecombineerde opgaven als gedeeltelijke intrekking van eerdere aanvragen moeten worden gezien en dat geen sprake is van een kennelijke fout, omdat appellante bewust de percelen heeft ingetrokken. Ook het beroep op het vertrouwensbeginsel faalt, omdat er geen concrete toezeggingen van verweerder waren. De vaststelling van de subsidiabele hectares en de financiële discipline is eveneens juist.
Daarnaast constateert het College ambtshalve dat de redelijke termijn voor de behandeling van het beroep is overschreden en kent appellante een schadevergoeding van € 500 toe. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De beroepen worden voor zover ontvankelijk ongegrond verklaard, en het beroep tegen een vervangingsbesluit niet-ontvankelijk.
Uitkomst: Beroepen ongegrond, geen kennelijke fout, schadevergoeding €500 wegens termijnoverschrijding toegekend.