ECLI:NL:CBB:2019:405
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Beoordeling individuele en buitensporige last fosfaatrechten bij uitbreiding melkveebedrijf
Appellante exploiteert een melkveebedrijf en heeft halverwege 2014 een uitbreiding gerealiseerd met een nieuwe stal voor 35 melkkoeien, die zij in juli 2015 in gebruik nam. Verweerder stelde het fosfaatrecht vast op basis van de situatie op 2 juli 2015, met een generieke korting van 8,3% omdat appellante niet grondgebonden is. Appellante stelde dat het fosfaatrechtenstelsel een individuele en buitensporige last oplevert, onder meer omdat zij 36% van haar stalcapaciteit niet kon benutten en de generieke korting onterecht is.
Het College oordeelt dat appellante bewust heeft gekozen voor uitbreiding in een periode waarin productiebeperkende maatregelen te verwachten waren. De liquiditeitsbegroting van appellante mist bewijskracht vanwege onvoldoende onderbouwing en afwijkende dieraantallen. Het College acht de generieke korting gerechtvaardigd en ziet geen sprake van een individuele en buitensporige last. Wel is het bestreden besluit onvoldoende gemotiveerd, maar dit gebrek wordt gepasseerd omdat appellante hierdoor niet is benadeeld.
Het beroep wordt ongegrond verklaard, maar verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €1.024 en het griffierecht van €338 aan appellante. De uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stam op 10 september 2019.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten van appellante.