Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
uitspraak van de meervoudige kamer van 12 maart 2019 in de zaak tussen
Coöperatieve Visserij Organisatie U.A. te Emmeloord, appellante
de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Uren Jan Marijs t.b.v. discardsproject’terecht niet subsidiabel heeft gesteld. Deze kosten zien blijkens de omschrijving op het discardsproject en zijn dus niet rechtstreeks toe te rekenen aan de activiteit waarop de subsidie betrekking heeft. Voor zover deze omschrijving geen juiste weergave is van de aard van de verrichte activiteiten komt dat voor rekening en risico van appellante. Het ligt, zoals hiervoor ook al is overwogen, gelet op het bepaalde in artikel 1:15, eerste lid, aanhef en onder b, van de Regeling en in artikel 4:45, tweede lid, van de Awb, op haar weg om aan te tonen dat die kosten rechtstreeks aan de activiteit waarop de subsidie betrekking heeft zijn toe te rekenen, en om zorg te dragen voor rekening en verantwoording omtrent die kosten. De factuur met volgnummer 72 schiet in zoverre tekort.
Vergadering 25 juli IJmuiden’ ad € 210,- wel op het onderhavige project zien. Dit blijkt uit de toelichting bij deze kostenpost. De kostenpost is met een urenregistratie onderbouwd. Het College is dan ook van oordeel dat verweerder dit deel van de factuur wel subsidiabel had moeten stellen. In zoverre slaagt de beroepsgrond.
discardsproject’, ‘
project staart 2’ en ’
project staart ontwerp 2’), niet is aangetoond dat de daarmee gemoeide kosten rechtstreeks zijn toe te rekenen aan het onderhavige project. Verweerder heeft deze kosten daarom terecht niet subsidiabel gesteld. Ook in zoverre slaagt de beroepsgrond niet.