Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
uitspraak van de meervoudige kamer van 18 december 2018 in de zaak tussen
[naam 1] h.o.d.n. [naam 2] te [plaats] , appellant
de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Vervolgens zijn wij naar de jongveestal gegaan. Wij zagen dat er runderen van verschillende leeftijden gehouden werden. Wij zagen dat in het voorste gedeelte van de jongveestal 2 koeien met 2 kalveren gehouden werden. Wij zagen dat deze koeien met kalveren een vrije toegang tot de voergang van de jongveestal hadden en zo het daar aanwezige voer met mest en urine kunnen bezoedelen. Hierdoor bestaat het risico dat het daar aanwezige voer vermengd raakt met mest en urine. Dit is een overtreding van artikel 2.4 lid 7 van het Besluit houders van dieren.
- de fysiologische en ethologische behoeften van koeien;
- de effecten van overbezetting;
- minimaal één ligplaats per koe.
Per onderwerp heeft verweerder een samenvatting gegeven van de gegevens die volgens hem dienen als bewijs van de conclusie dat vorengenoemde wettelijke bepalingen in dit geval zijn overtreden, waarbij verweerder steeds heeft verwezen naar de nummers van de betreffende bronnen uit de bijlage. Onder de noemer “Sector” heeft verweerder daarnaast gewezen op het gebruikte bewijs uit enkele niet-wetenschappelijke bronnen.
Bij de schets van de effecten van overbezetting stelt verweerder voorop dat meerdere empirische wetenschappelijke onderzoeken zijn gedaan naar de bezettingsgraad en het liggedrag van melkkoeien. Overbezetting in een ligboxenstal leidt tot verminderde gedragssynchronisatie, minder liggen, meer staan en meer agonistisch gedrag. Ook veranderen de koeien bij overbezetting hun gedrag door op andere momenten van de dag meer gebruik te maken van ligboxen en minder ligperiodes te hebben. Volgens verweerder blijkt uit de wetenschappelijke literatuur dat er sprake is van een lineair effect op welzijns- en gezondheidsaspecten bij runderen ten gevolge van verschillende bezettingsgraden van ligboxenstallen. Ranglagere dieren zijn in het nadeel bij competitie voor bijvoorbeeld voer- of ligplekken. Minder liggen door overbezetting resulteert in meer staan en meer staan leidt tot meer kreupelheden.
Wat betreft het onderwerp ‘minimaal één ligplaats per koe’ stelt verweerder dat veel wetenschappers op basis van vorengenoemde effecten van overbezetting op het welzijn van melkkoeien aangeven dat er minimaal één ligbox per koe beschikbaar moet zijn en dat sommige wetenschappers zelfs adviseren meer ligboxen dan koeien aan te houden.
Beslissing
- verklaart het beroep tegen het bestreden besluit I niet-ontvankelijk;
- verklaart het beroep tegen het bestreden besluit II voor zover daarbij is beslist op het bezwaar tegen het primaire besluit, ongegrond;
- verklaart het beroep tegen het bestreden besluit II voor zover daarbij is beslist op het bezwaar tegen het kostenbesluit gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit II in zoverre;
- verklaart het beroep tegen het kostenbesluit ongegrond;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 168,- te vergoeden;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van appellant tot een bedrag van