ECLI:NL:CBB:2018:516
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van melkveefosfaatreferentie onder de Wet verantwoorde groei melkveehouderij en eigendomsrecht
Appellante, exploitant van een melkveehouderij met een vergunning uit 1989, betwistte de vaststelling van haar melkveefosfaatreferentie (MVFR) 2013 op 0 kg fosfaat door verweerder onder de Wet verantwoorde groei melkveehouderij (Wvgm). Zij voerde aan dat de MVFR ten onrechte was gebaseerd op het aantal gehouden dieren in 2013 en niet op het vergunde aantal dieren, en stelde dat haar bedrijf grondgebonden is en de Wvgm daarom niet op haar van toepassing zou zijn. Tevens stelde zij dat de Wvgm in strijd is met het rechtszekerheidsbeginsel en dat de MVFR leidt tot een individuele en buitensporige last in strijd met artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens (EP).
Het College overwoog dat toetsing van de Wvgm aan fundamentele rechtsbeginselen zoals het rechtszekerheidsbeginsel niet aan de rechter toekomt, maar dat het wel de toetsing aan artikel 1 EP Pro verrichtte. Het stelsel van de Wvgm is niet in strijd met het eigendomsrecht omdat het een algemeen belang dient en proportioneel is. Verweerder mocht uitgaan van het aantal gehouden dieren in 2013 als referentiejaar. Appellante droeg onvoldoende bewijs aan voor een individuele en buitensporige last. De door haar aangevoerde individuele omstandigheden, zoals de heupoperatie van een van de maten en de status van het bedrijf, bleken niet causaal verband te houden met de MVFR.
Hoewel het bestreden besluit aanvankelijk een motiveringsgebrek vertoonde door niet in te gaan op individuele omstandigheden, heeft verweerder dit met een nadere motivering in juni 2017 hersteld. Het beroep is ongegrond verklaard, maar verweerder moet het betaalde griffierecht vergoeden. De uitspraak bevestigt de rechtmatigheid van de MVFR 2013 en de toepassing van de beoordelingscriteria door verweerder.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en de vaststelling van de melkveefosfaatreferentie 2013 op 0 kg fosfaat blijft in stand.