Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
uitspraak van de meervoudige kamer van 22 april 2016 in de zaken tussen
[naam 1] B.V., te [plaats 1] , appellante sub 1,
De rechtspersoon naar buitenlands recht [naam 7] BVBA, te [plaats 6] , appellante sub 7,
de staatssecretaris van Economische Zaken, verweerder
de Staat der Nederlanden (de minister van Veiligheid en Justitie).
Procesverloop
sub 7 voor het jaar 2012 op grond van de Regeling vastgesteld.
Overwegingen
Overwegende dat het gemeenschappelijk landbouwbeleid ten doel heeft de in artikel 39 van Pro het Verdrag gestelde doeleinden te bereiken; dat de toestand op de markt voor vlas wordt gekenmerkt door het feit dat de totale produktie hoger is dan het communautair verbruik, terwijl die op de markt voor hennep wordt gekenmerkt door het feit dat de totale produktie lager is dan dit verbruik; dat het noodzakelijk is om voor deze beide markten prijzen te handhaven, die met de wereldmarktprijzen van deze produkten en van de concurrerende natuurlijke textielprodukten kunnen concurreren; dat derhalve maatregelen dienen te worden genomen om de markt blijvend te stabiliseren en de betrokken producenten een redelijk inkomen te verzekeren, alsook, wat vlas betreft, om een rationele afzet van de produktie te bevorderen;
Overwegende dat het te dien einde noodzakelijk is, maatregelen te treffen ter vergemakkelijking van de aanpassing van het aanbod aan de eisen van de markt en steun toe te kennen ter vervanging van
(…)”.
Overwegende dat het voor de goede werking van de steunregeling dienstig is te bepalen dat de steun aan de teler wordt toegekend; dat echter bij vlas dat is bestemd voor de produktie van vezels de eerste koper een aandeel in de produktie kan hebben en dat hem derhalve een deel van de steun dient te worden toegekend;
29 september 2003, wordt in deze verordening onder ‘landbouwer’ verstaan de landbouwer als gedefinieerd in artikel 2, onder a), van Verordening (EG) nr. 1782/2003. In dat artikel staat dat onder ‘landbouwer’ wordt verstaan:
(…)”.
“Referentieperiode
“Gebruik van de toeslagrechten
2. Onder ,,subsidiabele hectare” wordt verstaan om het even welke landbouwgrond van het bedrijf met uitzondering van de grond die als bosgrond of voor niet-landbouwactiviteiten in gebruik was.
(…)”.
“Facultatieve uitsluiting van een aantal rechtstreekse betalingen
a. een of meer van de rechtstreekse betalingen die in de referentieperiode zijn verleend krachtens:
- artikel 4, lid 4, van Verordening (EG) nr. 1251/99,
- artikel 3 van Pro Verordening (EG) nr. 2358/71.
(…)”.
“Steun
(…)”.
Uiterste datum voor de indiening van de verzamelaanvraag
Inhoud van de verzamelaanvraag
a) de identiteit van de landbouwer;
c) (…);
(…)
3. Ten behoeve van de identificatie van alle percelen landbouwgrond op het bedrijf als bedoeld in lid 1, onder d), van het onderhavige artikel wordt op de overeenkomstig artikel 22, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1782/2003 aan de landbouwers verstrekte voorbedrukte formulieren melding gemaakt van de oppervlakte per referentieperceel die maximaal voor steun in het kader van de bedrijfstoeslagregeling in aanmerking komt (…).
Specifieke voorwaarden met betrekking tot de verzamelaanvraag
8. In het geval van een aanvraag om de steun voor zaaizaad als bedoeld in titel IV, hoofdstuk 9, van Verordening (EG) nr. 1782/2003 bevat de verzamelaanvraag:
a) een kopie van het vermeerderingscontract of de vermeerderingsaangifte; de lidstaten kunnen evenwel voor de indiening van deze kopie een latere uiterste datum, die niet later dan 15 september mag zijn, bepalen;
c) een opgave van de door vermeerdering geproduceerde hoeveelheden goedgekeurd zaaizaad, aangegeven in kwintalen (100 kg) tot één cijfer achter de komma; de lidstaten kunnen evenwel voor de verstrekking van deze informatie een latere uiterste datum, die niet later dan 15 juni van het jaar volgende op de oogst mag zijn, bepalen;
d) een kopie van de bewijsstukken waaruit blijkt dat de bedoelde hoeveelheden zaaizaad officieel zijn goedgekeurd; de lidstaten kunnen evenwel voor de indiening van deze informatie een latere uiterste datum, die niet later dan 31 mei van het jaar volgende op de oogst mag zijn, bepalen.
(…)
(…)”.
“Definities
“Activering van toeslagrechten per subsidiabele hectare“1. De steun in het kader van de bedrijfstoeslagregeling wordt aan de landbouwers toegekend
2. Voor de toepassing van deze titel wordt onder ,,subsidiabele hectare” verstaan:
a) om het even welke landbouwgrond van het bedrijf, (…), die wordt gebruikt voor een landbouwactiviteit (…)”.
Artikel 63
Integratie van gekoppelde steun in de bedrijfstoeslagregeling
“Steun
Integratie van gekoppelde steun in de bedrijfstoeslagregeling als bedoeld in artikel 63
“Punt 2
Punt 3
Toedeling
18 januari 2013 heeft verweerder in het bestreden besluit specifiek nog overwogen dat dit primaire besluit geen betrekking heeft op de vaststelling van toeslagrechten. Dit besluit houdt de vaststelling in van de bedrijfstoeslag van appellante sub 7 voor 2012, op basis van de in het Overzicht vastgestelde waarde van haar toeslagrechten. Verweerder stelt dat hij hierbij is uitgegaan van de juiste waarde van deze toeslagrechten, gelet op hetgeen hij naar aanleiding van het bezwaar van appellante sub 7 tegen het Overzicht heeft overwogen (zoals hiervoor weergeven in 2.1 tot en met 2.5).
onder de geldende subsidiabiliteitsvoorwaarden wordt vermeld dat
verwerkersvoor de steun in aanmerking komen. Voorts wordt in de melding bevestigd dat 5 à 7 verwerkers een steunaanvraag zullen indienen. Bij het feit dat producenten niet voor deze rechtstreekse steun in aanmerking komen, kunnen evenwel vraagtekens worden geplaatst.
(…)”
Beslissing
- verklaart de beroepen tegen de bestreden besluiten ongegrond;
- draagt de minister van Veiligheid en Justitie op het betaalde griffierecht aan appellanten te vergoeden (appellanten sub 1 tot en met sub 4, appellanten sub 6 en 7 elk € 318,00 en appellant sub 5 € 160,00);
- wijst af hetgeen appellanten meer of anders hebben verzocht.
mr. H.L. van der Beek, in aanwezigheid van mr. C.M. Leliveld, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 22 april 2016.