Appellante, een onderneming die handelt als daytrader, kreeg van AFM een boete opgelegd wegens vermeende marktmanipulatie van het aandeel NedSense op 9 augustus 2010. AFM stelde dat appellante een 'pump and dump'-strategie had gevolgd, wat werd weersproken door appellante die stelde dat de transacties door haar dochteronderneming [naam 2] waren uitgevoerd.
In hoger beroep betoogde appellante dat zij niet zelf had gehandeld en dat de transacties via een affiliate waren gedaan, waarbij AFM volgens appellante onvoldoende onderzoek had gedaan naar de feitelijke handelaar. AFM stelde dat appellante als functioneel dader kon worden aangemerkt omdat zij haar systemen aan [naam 2] had ter beschikking gesteld.
Het College oordeelde dat appellante niet de rechtspersoon was die de overtreding had gepleegd en dat er geen gezagsverhouding of zeggenschap bestond over [naam 2]. Hierdoor kon appellante niet als functioneel dader worden aangemerkt. Het bestreden besluit werd vernietigd en het primaire besluit herroepen. Tevens werd het verzoek tot rectificatie van publicatie afgewezen omdat de Wft en Awb geen grondslag bieden voor rectificatie van publicatiebeslissingen.