ECLI:NL:CBB:2013:CA0270
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- E.R. Eggeraat
- E. Dijt
- M.A. Fierstra
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen boetebesluit bouwfraude Noord-Holland Acht met beroep op redelijke termijn
In deze zaak gaat het om het hoger beroep van A B.V. tegen een boetebesluit van de Autoriteit Consument en Markt (ACM) in het kader van de bouwfraude Noord-Holland Acht. Na een tussenuitspraak werd de boete opnieuw vastgesteld op €1.895.900, waarbij ACM het boetepercentage op 2% stelde, ondanks het verschil in projectomzet met vergelijkbare zaken. Appellante betoogde dat dit percentage te hoog was en voerde tevens een schending van het recht op een redelijke termijn aan.
Het College bevestigde dat de boetegrondslag en het boetepercentage conform de systematiek van de Boetebekendmaking GWW waren vastgesteld en dat het verschil in projectomzet geen aanleiding gaf tot een verdere verlaging van het boetepercentage. Wel oordeelde het College dat de redelijke termijn van ruim viereneenhalf jaar was overschreden, wat een boetevermindering rechtvaardigde.
Het beroep tegen het oorspronkelijke besluit van 18 december 2007 werd niet-ontvankelijk verklaard, maar het beroep tegen het besluit van 7 mei 2012 werd gegrond verklaard en dit besluit werd vernietigd voor zover het de boetehoogte betrof. De boete werd vastgesteld op €1.850.900, verminderd met €45.000 wegens termijnoverschrijding. Tevens werd ACM veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten aan appellante.
Deze uitspraak illustreert de toepassing van de bestuurlijke lus in mededingingszaken en benadrukt het belang van het recht op een tijdige behandeling van bestuursrechtelijke procedures.
Uitkomst: De boete wordt vastgesteld op €1.850.900 met een vermindering wegens overschrijding van de redelijke termijn en ACM wordt veroordeeld tot proceskostenvergoeding.