ECLI:NL:RVS:2026:140
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vaststelling eigen bijdrage opvang asielzoekers bij vermogen door ontvangen dwangsom
Het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COa) stelde bij besluit van 6 augustus 2021 een eigen bijdrage van € 11.606,67 vast voor betrokkenen die vermogen hadden verkregen door een dwangsom van de IND wegens te lange asielprocedure. De rechtbank verklaarde het beroep van betrokkenen gegrond en vernietigde het besluit, onder meer vanwege onvoldoende zorgvuldigheid en motivering en toepassing van het evenredigheidsbeginsel.
Het COa stelde hoger beroep in, terwijl betrokkenen incidenteel hoger beroep instelden. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het vaststellen van een eigen bijdrage niet gelijkstaat aan het beëindigen van verstrekkingen, waardoor het beroep bij de rechtbank niet ontvankelijk had moeten worden verklaard. Desondanks behandelde de Afdeling het hoger beroep inhoudelijk.
De Afdeling verwierp het betoog dat de dwangsom als immateriële schadevergoeding moet worden aangemerkt en bevestigde dat het COa de interingsnorm van 1,5 mag toepassen bij de berekening van de eigen bijdrage. Ook oordeelde de Afdeling dat het COa de eigen bijdrage vooraf mag vaststellen en dat de rechtbank ten onrechte het besluit onzorgvuldig had bevonden. Ten slotte verwierp de Afdeling het beroep op het Unierechtelijke evenredigheidsbeginsel, omdat het vermogen door de dwangsom niet anders behandeld hoeft te worden en de omstandigheden van betrokkenen niet leiden tot een onevenwichtige toepassing.
De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank voor zover deze de rechtsgevolgen van het besluit niet in stand liet en bepaalde dat deze rechtsgevolgen in stand blijven. Tevens kende de Afdeling een immateriële schadevergoeding van € 500 toe wegens overschrijding van de redelijke termijn.
Uitkomst: Het hoger beroep van het COa wordt gegrond verklaard en de rechtsgevolgen van het besluit tot vaststelling van de eigen bijdrage blijven in stand.