ECLI:NL:RVS:2026:141
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging eigen bijdrage COA voor opvangkosten bij vermogen door IND-dwangsom
Het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COa) stelde bij besluit van 31 mei 2022 een eigen bijdrage van €5.663,33 vast voor appellant, omdat zij vermogen boven de vermogensgrens had door een door de IND betaalde dwangsom. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelt dat het vaststellen van een eigen bijdrage niet gelijkstaat aan het onthouden of beëindigen van verstrekkingen, zodat het beroep bij de rechtbank niet ontvankelijk had moeten worden verklaard, maar gelet op instemming van partijen inhoudelijk wordt behandeld. De Afdeling bevestigt dat het COa op grond van de Rva 2005 en de Reba 2008 bevoegd is een eigen bijdrage te vragen, ook als het vermogen uitsluitend bestaat uit een door de IND betaalde dwangsom.
Appellant voerde aan dat de berekening van de eigen bijdrage onevenredig zwaar is en in strijd met het Unierechtelijke evenredigheidsbeginsel, mede omdat bijstandsgerechtigden gunstiger worden behandeld. De Afdeling oordeelt dat de Opvangrichtlijn lidstaten toestaat vreemdelingen minder gunstig te behandelen dan eigen onderdanen en dat het COa vrij is een interingsnorm van 1,5 toe te passen, wat zelfs voordeliger is voor appellant.
Verder acht de Afdeling het niet onredelijk dat het COa een eigen bijdrage verlangt ondanks de lange besluitvorming door de IND en de psychische klachten van appellant. Ook is een dwangsom geen immateriële schadevergoeding, maar een prikkel tot besluitvorming, zodat deze wel als vermogen mag worden meegeteld. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Afdeling bevestigt dat het COa een eigen bijdrage mag vaststellen voor opvangkosten bij vermogen door een door de IND betaalde dwangsom en verklaart het hoger beroep ongegrond.