ECLI:NL:RVS:2025:722
Raad van State
- Hoger beroep
- J.H. van Breda
- B. Meijer
- M. den Heyer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlenging bewaringsmaatregel vreemdeling zonder zicht op uitzetting
De minister van Asiel en Migratie verlengde op 16 september 2024 de bewaringsmaatregel voor de vreemdeling met maximaal twaalf maanden. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze verlenging ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling overwoog dat de rechtsvraag omtrent het zicht op uitzetting naar Algerije reeds eerder was beantwoord in eerdere uitspraken, waarin werd vastgesteld dat ook voor ongedocumenteerde Algerijnse vreemdelingen sinds december 2023 in algemene zin zicht bestaat op uitzetting binnen een redelijke termijn. Dit werd onderbouwd met cijfers van de minister waaruit bleek dat in februari en maart 2024 voor vier ongedocumenteerde Algerijnse vreemdelingen de nationaliteit was bevestigd en laissez-passer afgegeven.
De Afdeling zag geen aanleiding om in deze zaak anders te oordelen dan in de eerdere jurisprudentie en achtte de bewaring rechtmatig. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank bevestigd en de minister hoefde geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de verlenging van de bewaringsmaatregel en verklaart het hoger beroep ongegrond.