ECLI:NL:RBDHA:2025:11386
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortduren maatregel bewaring en zicht op uitzetting naar Algerije
De rechtbank Den Haag heeft op 24 juni 2025 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak over het voortduren van een maatregel van bewaring opgelegd op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Eiser betoogde dat er geen zicht was op uitzetting naar Algerije binnen een redelijke termijn en dat verweerder onvoldoende voortvarend handelde.
De rechtbank overwoog dat sinds december 2023 in algemene zin zicht op uitzetting naar Algerije bestaat, ook voor ongedocumenteerde Algerijnen, zoals bevestigd in recente uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. In het concrete geval was de laissez passer-aanvraag van eiser nog in behandeling bij de Algerijnse autoriteiten, wat een normale proceduretijd vergt. Eiser had onvoldoende meegewerkt aan het uitzettingstraject, waardoor het ontbreken van een reactie niet betekent dat er geen zicht op uitzetting is.
Verder stelde eiser dat verweerder onvoldoende voortvarend had gehandeld door niet meer aandacht te besteden aan de lp-aanvraag. De rechtbank stelde vast dat verweerder ongeveer elke drie weken rappelleerde en een vertrekgesprek had gevoerd, wat voldoende voortvarendheid toont.
De rechtbank voerde daarnaast een ambtshalve toetsing uit op grond van het arrest van het Hof van Justitie van de EU en vond geen onrechtmatigheid in het voortduren van de maatregel. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.