ECLI:NL:RVS:2025:657
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om overkomst naar Nederland op grond van speciale voorziening
Een Afghaanse bewaker die tussen 2008 en 2010 voor de Nederlandse krijgsmacht werkte, verzocht op 28 mei 2022 om overkomst naar Nederland. De minister van Defensie wees dit verzoek af omdat hij niet viel onder de speciale voorziening die twee groepen vreemdelingen omvat. De minister van Buitenlandse Zaken verklaarde het bezwaar ongegrond en de rechtbank bevestigde dit in april 2024.
De appellant voerde aan dat hij wel onder de tweede groep van de speciale voorziening viel, omdat er volgens hem al voor 11 oktober 2021 informatie bij Defensie bekend was. Ook stelde hij dat de afwijzing willekeurig was en in strijd met het gelijkheidsbeginsel en het evenredigheidsbeginsel, mede vanwege zijn bijzondere omstandigheden zoals onderduiken en beperkte digitale vaardigheden.
De Afdeling oordeelde dat het kabinet ruime beleidsvrijheid heeft bij het opstellen van buitenwettelijk beleid en dat de afbakening van de speciale voorziening niet onredelijk is. De appellant diende zijn aanvraag ruim na de gestelde einddatum in, waardoor geen sprake is van schending van het gelijkheidsbeginsel. Ook de bijzondere omstandigheden rechtvaardigen geen andere uitkomst. De vrees voor onmenselijke behandeling werd eveneens niet gegrond bevonden.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om overkomst naar Nederland wordt afgewezen.