ECLI:NL:RVS:2025:6114
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging terugkeerbesluit en inreisverbod wegens onzorgvuldigheid en onvoldoende refoulementbeoordeling
Betrokkene kreeg op 14 december 2023 een terugkeerbesluit en inreisverbod opgelegd door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, waarbij zij tevens in het Schengeninformatiesysteem werd gesignaleerd. De rechtbank verklaarde het beroep van betrokkene gegrond en vernietigde het besluit vanwege onzorgvuldigheid bij de vaststelling van haar identiteit, omdat zij zich had geïdentificeerd met een mogelijk gestolen document.
De minister stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak constateerde dat de rechtbank buiten de grenzen van het geschil was getreden door ambtshalve te oordelen over de identiteit zonder dat betrokkene dit had aangevoerd. Daarom werd de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het hoger beroep gegrond verklaard.
Inhoudelijk oordeelde de Afdeling dat de minister onvoldoende had beoordeeld of betrokkene bij terugkeer een reëel risico liep op schending van het non-refoulementbeginsel, ondanks haar vrees voor bedreiging door haar echtgenoot in Colombia. De minister had dit moeten motiveren, maar deed dit niet in het besluit. De Afdeling stelde dat deze beoordeling wel verplicht is, ook als betrokkene geen asielprocedure had doorlopen.
De Afdeling vernietigde het terugkeerbesluit, maar liet de rechtsgevolgen ervan in stand uit oogpunt van definitieve geschilbeslechting. De minister had nadien alsnog een deugdelijke refoulementbeoordeling verricht, die niet concreet was bestreden door betrokkene. De minister werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €907,00.
Uitkomst: Het terugkeerbesluit en inreisverbod worden vernietigd wegens onzorgvuldigheid en onvoldoende refoulementbeoordeling, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.