ECLI:NL:RVS:2025:4799
Raad van State
- Hoger beroep
- C.M. Wissels
- B.P. Vermeulen
- M.J.M. Ristra-Peeters
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering optieverklaring Nederlanderschap na verlies Unieburgerschap
Appellant, geboren in Zuid-Afrika met dubbele nationaliteit, verloor het Nederlanderschap van rechtswege in 1995 vanwege langdurig verblijf buiten Nederland. Hij deed in 2022 een optieverklaring om het Nederlanderschap te herkrijgen, maar de minister weigerde deze te bevestigen op basis van een Unierechtelijke evenredigheidsbeoordeling door de IND.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde. Hij voerde aan dat zijn jonge leeftijd bij het verlies en de omstandigheden van zijn moeder bij de beoordeling betrokken hadden moeten worden, en dat het verlies van het Unieburgerschap zijn privéleven schaadde.
De Afdeling oordeelt dat de minister terecht de situatie van de moeder niet hoefde mee te wegen, dat het verlies van het Unieburgerschap geen bijzondere moeilijkheden oplevert, en dat appellant onvoldoende concreet heeft gemaakt dat het verlies onevenredige gevolgen heeft. Ook is geen informatieplicht van de overheid over het verlies van het Nederlanderschap af te leiden die tot afwijking van de dwingende wettelijke bepalingen leidt.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de minister om de optieverklaring te bevestigen wordt bevestigd.