ECLI:NL:RVS:2025:421
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit verlies Nederlanderschap wegens onvoldoende evenredigheidstoets
Appellante, geboren in 1974 met bij geboorte de Nederlandse nationaliteit, verloor deze op 1 april 2013 vanwege tien jaar verblijf buiten Nederland en de EU. De minister stelde haar aanvraag voor een verklaring omtrent het Nederlanderschap buiten behandeling en verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank bevestigde dit oordeel.
Appellante stelde dat de rechtbank het Unierechtelijke evenredigheidsbeginsel te beperkt had geïnterpreteerd en dat zij wel concrete plannen had om in de EU te wonen en werken. Tevens voerde zij aan dat zij bijzondere moeilijkheden ondervond door het verlies van het Unieburgerschap.
De Afdeling oordeelde dat de minister de omstandigheden waaronder het Nederlanderschap verloren ging niet in de evenredigheidstoets had betrokken, dat appellante voldoende concrete plannen had onderbouwd en dat de minister onvoldoende had toegelicht waarom zij geen bijzondere moeilijkheden ondervond. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank en het besluit van de minister werden vernietigd, en de minister werd opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze overwegingen.
Uitkomst: Het hoger beroep is gegrond verklaard en het besluit tot buiten behandeling stellen van de verklaring omtrent het Nederlanderschap is vernietigd.