ECLI:NL:RVS:2025:2306
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit CBR opleggen medisch rijgeschiktheidsonderzoek wegens onvoldoende vermoeden
Het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) legde appellant op 6 juli 2022 een medisch onderzoek op naar zijn rijgeschiktheid op basis van een vermoeden van ongeschiktheid dat door de korpschef van de politie was gemeld. Dit vermoeden was gebaseerd op een mutatierapport waarin vreemd gedrag en mogelijke waanbeelden werden beschreven.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond, maar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde anders. De Afdeling stelde dat het CBR het vermoeden van ongeschiktheid onvoldoende had gemotiveerd, mede omdat een eerder psychiatrisch rapport van maart 2022 geen aanwijzingen gaf voor ongeschiktheid.
De Afdeling benadrukte dat het CBR ook gedragingen buiten het verkeersgedrag mag betrekken bij de beoordeling, maar dat de incidenten in het mutatierapport vooral over overlastgevend gedrag gingen en niet voldoende grond boden voor een nieuw onderzoek. Daarom werd het hoger beroep gegrond verklaard, het besluit van het CBR vernietigd en het geschil definitief beslecht in het voordeel van appellant.
Uitkomst: Het besluit van het CBR om een medisch onderzoek op te leggen wordt vernietigd wegens onvoldoende onderbouwing van het vermoeden van ongeschiktheid.