ECLI:NL:RVS:2025:2209
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- J.M.L. Niederer
- A.B. Blomberg
- Rechtspraak.nl
Vaststelling overtreding drugsdealverbod en invordering dwangsom door burgemeester Nissewaard
De burgemeester van Nissewaard legde op 10 november 2020 een last onder dwangsom op aan [wederpartij] wegens het kennelijke doel om op een openbare plaats in drugs te handelen, gebaseerd op een bestuurlijke rapportage van 17 december 2020. De dwangsom van €5.000,- werd op 4 maart 2021 ingevorderd. De rechtbank oordeelde echter dat onvoldoende was aangetoond dat [wederpartij] de Algemene plaatselijke verordening (Apv) had overtreden en vernietigde het besluit.
In hoger beroep stelt de Afdeling bestuursrechtspraak dat de burgemeester wel voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat [wederpartij] artikel 2:74 van Pro de Apv heeft overtreden. De bestuurlijke rapportage voldoet aan de vereisten van een deugdelijke en controleerbare vaststelling van feiten. Politieverklaringen en getuigenissen van klanten ondersteunen de constatering van drugsdealactiviteiten op de openbare weg.
Het beroep van [wederpartij] dat de last onder dwangsom een 'criminal charge' zou zijn en dat financiële omstandigheden tot kwijtschelding zouden moeten leiden, wordt verworpen. De Afdeling oordeelt dat de dwangsom geen strafrechtelijke sanctie is en dat een betalingsregeling is getroffen. De Afdeling vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep ongegrond, waarmee de dwangsom blijft bestaan.
Daarnaast is de redelijke termijn voor de afhandeling van de procedure met ruim een maand overschreden, waarvoor een immateriële schadevergoeding van €500,- wordt toegekend, waarvan €200,- ten laste van de burgemeester en €300,- ten laste van de Staat der Nederlanden. Hiermee wordt de procedure definitief afgesloten.
Uitkomst: De dwangsom wordt bevestigd en [wederpartij] moet deze betalen; de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd.