ECLI:NL:RVS:2025:219
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak bewaring vreemdeling wegens overschrijding maximale celverblijfsduur
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stelde de vreemdeling op 26 januari 2024 in bewaring en plaatste hem in een politiecel. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze bewaring gegrond en kende schadevergoeding toe. De minister stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelt dat de maximale verblijfsduur van 24 uur in de politiecel met ruim twee uur is overschreden, waardoor de tenuitvoerlegging van de bewaring onrechtmatig was. Desondanks is de bewaring zelf niet onrechtmatig omdat de maatregel op een geschikte locatie werd voortgezet. De vreemdeling heeft recht op een schadeloosstelling van €30,00.
Verder oordeelt de Raad dat de minister voldoende voortvarend heeft gehandeld bij de uitzetting en dat de informatieplicht grotendeels is nageleefd. Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd, en de minister veroordeeld tot betaling van schadeloosstelling en proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en de minister veroordeeld tot betaling van €30 schadeloosstelling en proceskosten.