ECLI:NL:RVS:2025:2108
Raad van State
- Hoger beroep
- C.M. Wissels
- B. Meijer
- M. den Heyer
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverantwoordelijkheid
Bij besluit van 1 oktober 2024 nam de minister van Asiel en Migratie de asielaanvraag van betrokkene niet in behandeling omdat Spanje verantwoordelijk was voor de aanvraag. De rechtbank vernietigde dit besluit en oordeelde dat de minister onvoldoende rekening had gehouden met de individuele omstandigheden van betrokkene, waaronder haar kwetsbaarheid en een relatie in Nederland, waardoor overdracht aan Spanje onevenredig hard zou zijn.
De minister ging in hoger beroep en stelde dat de rechtbank ten onrechte niet terughoudend had getoetst en dat het aan haar was om te beoordelen of bijzondere omstandigheden een overdracht onevenredig hard maken. De Afdeling oordeelde dat de rechtbank een eigen oordeel gaf over de proportionaliteit van overdracht, terwijl dit een discretionaire bevoegdheid van de minister is. Tevens concludeerde de Afdeling dat betrokkene onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij kwetsbaar is en dat haar relatie in Nederland voldoende vaststaat.
Omdat de termijn voor overdracht aan Spanje was verstreken, was Nederland verantwoordelijk geworden voor de behandeling van de aanvraag, waardoor betrokkene geen belang meer had bij inhoudelijke beoordeling. De Afdeling verklaarde het beroep niet-ontvankelijk en wees de minister niet aan in de proceskosten. Het hoger beroep werd gegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is gegrond, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat Nederland verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag.