ECLI:NL:RVS:2025:1935
Raad van State
- Hoger beroep
- E.A. Minderhoud
- B. Meijer
- J. Gundelach
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing intrekking omgevingsvergunning windpark Galder ondanks unierechtelijke gebreken
Het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant verleende in 2018 en 2019 een omgevingsvergunning voor drie windturbines bij knooppunt Galder. Appellanten verzochten in 2021 intrekking van deze vergunning vanwege ontoelaatbare milieugevolgen en strijd met Europese milieuregelgeving. De rechtbank stelde het college in 2023 in de gelegenheid een gebrek te herstellen, waarna het college nader onderzoek deed naar geluidbelasting tijdens piekmomenten.
De rechtbank oordeelde in 2024 dat het college het gebrek naar behoren had hersteld en dat het windpark geen ontoelaatbare milieugevolgen veroorzaakt. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit wegens procedurele fouten, maar liet de rechtsgevolgen in stand. Appellanten gingen in hoger beroep en stelden dat het Unierecht dwingt tot intrekking van de vergunning vanwege het ontbreken van een correcte milieubeoordeling.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat de vergunning onverenigbaar is met het Unierecht omdat deze gebaseerd is op windturbinebepalingen zonder juiste milieubeoordeling. Toch is de vergunning onherroepelijk geworden en bestaat geen unierechtelijke plicht tot intrekking. Het college heeft het vereiste nader onderzoek gedaan en gemotiveerd dat geen ontoelaatbare milieugevolgen optreden. De Afdeling bevestigt de uitspraken van de rechtbank en verklaart de hoger beroepen ongegrond.
Uitkomst: De Afdeling bevestigt de afwijzing van het verzoek tot intrekking van de omgevingsvergunning voor windpark Galder en verklaart het hoger beroep ongegrond.