ECLI:NL:RVS:2025:1733
Raad van State
- Hoger beroep
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek overkomst Afghanistan op grond van speciale voorziening
De appellant, een Afghaanse voormalige bewaker van Afghan Security Guard voor de Nederlandse krijgsmacht, verzocht de minister van Buitenlandse Zaken om hem en zijn gezin naar Nederland over te brengen. De minister wees dit verzoek af omdat appellant niet viel onder de speciale voorziening die geldt voor twee groepen vreemdelingen, waarbij appellant niet was genomineerd door een ngo en niet voorkwam in de defensiedatabase met meldingen en hulpverzoeken tot 11 oktober 2021.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, en de Raad van State bevestigt dit oordeel. De Raad overweegt dat het beleid van de minister om alleen hulpverzoeken tot 11 oktober 2021 in aanmerking te nemen niet onevenredig is en dat appellant geen bijzondere omstandigheden heeft aangevoerd die een afwijking rechtvaardigen.
Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel en het vertrouwensbeginsel slaagt niet, aangezien het gelijkheidsbeginsel geen herhaling van een ambtelijke fout vereist en appellant geen toezeggingen of uitlatingen van de minister heeft aangetoond die hem redelijkerwijs mochten doen vertrouwen op overbrenging. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek tot overkomst bevestigd.