ECLI:NL:RVS:2024:656
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens opgeheven inreisverbod en gebrek aan procesbelang
De vreemdeling had bij besluit van 31 mei 2022 een inreisverbod opgelegd gekregen, waarvan hij de opheffing had verzocht. Dit verzoek werd door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid afgewezen, waarna de vreemdeling beroep instelde bij de rechtbank Den Haag. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Raad van State.
Tijdens de procedure heeft de staatssecretaris op 31 mei 2023 het inreisverbod alsnog opgeheven. De vreemdeling handhaafde zijn hoger beroep en stelde dat hij nog procesbelang had vanwege een verzoek om vergoeding van proceskosten en de door hem geleden schade omdat hij niet in Frankrijk of Griekenland kon werken.
De Raad van State oordeelde dat het doel van de procedure met het opheffen van het inreisverbod was bereikt, waardoor het hoger beroep niet-ontvankelijk is. Het verzoek om proceskostenvergoeding en de gestelde schade waren onvoldoende onderbouwd om het procesbelang te rechtvaardigen. Ook was er geen aanleiding voor vergoeding van proceskosten door de staatssecretaris, omdat het besluit tot opheffing was genomen naar aanleiding van een nieuw verzoek met volledige bewijsstukken.
De Afdeling bestuursrechtspraak verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk en wees het verzoek tot proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat het inreisverbod is opgeheven en er geen procesbelang meer bestaat.